De leverancier van strategische markt- en marketinginformatie
Hieronder volgt een technische toelichting op de prognosemodellen die gebruikt zijn in het artikel in het BouwKennis Marketingmagazine over de Bouwbarometer®. Het geeft achtergrondinformatie over de totstandkoming van de modellen.
De voorspellingsmodellen van de Bouwbarometer® zijn gebaseerd op meervoudige regressie. Dat wil zeggen dat het verloop van één basisreeks wordt voorspeld uit enkele andere reeksen. Hierbij is de basisreeks de afhankelijke variabele en de andere reeksen de onafhankelijke variabelen. Het voorspellen vindt plaats op basis van samenhang tussen de basisreeks en de overige reeksen. Als bijvoorbeeld de afhankelijke variabele stijgt of daalt, dan zullen idealiter de onafhankelijke in dezelfde richting bewegen (correlatie). De onafhankelijke variabelen in de modellen zijn geselecteerd op basis van de hoogte van de correlatie met de basisreeks. Daarbij is een voorwaarde dat op voorhand al een link tussen de variabelen en de werking in de ‘echte wereld’ geformuleerd moet kunnen worden. Als het model is opgesteld, kan worden bepaald in hoeverre de uitkomsten van het model overeenkomen met de basisreeks. De verschillen tussen basisreeks en model zijn de residuen. Dat is dus de variatie in het verloop van de basisreeks die niet verklaard wordt door het model. De mate waarin een model wel overeenkomt met de basisreeks heet de verklaarde variantie. Deze schommelt tussen de 0 en 1, waarbij een waarde van 0 duidt op geen enkele samenhang en 1 duidt op volledige samenhang. Hieronder volgt een samenvatting van de modellen zoals gebruikt in de Bouwbarometer®. Per marktpartij is te vinden welke variabelen er zijn gebruikt en wat de link tussen deze variabelen en de echte wereld is.ArchitectenAfhankelijke variabele: gerealiseerde omzet architecten (onderzoek Bouwbarometer®) Onafhankelijke variabelen: BBP, verkoop bestaande woningen, verkoop nieuwe woningen (twee kwartalen voorlopend) Verklaarde variantie R2: 0,86 Toelichting: Het aantal opdrachten van architecten hangt nauw samen met de conjunctuur. Het verloop van het BBP representeert in het model zowel de opdrachten van bedrijven, als consumenten. Het belangrijkste deel van de opdrachten halen architecten echter uit de woningbouw. De verkoop van bestaande en nieuwe woningen geeft de stand van zaken op de woningmarkt weer. Des te meer transacties, des te hoger de vraag naar woningen. Dat levert uiteindelijk werk voor architecten op. Het model mist 14% van de te verklaren variantie. Dit komt mogelijk doordat renovatieopdrachten moeilijk zijn te modelleren, evenals psychologische factoren (zoals producenten- en consumentenvertrouwen) die de vraag naar vastgoed bepalen.Aannemers B&UAfhankelijke variabele: gerealiseerde omzet aannemers B&U (onderzoek Bouwbarometer®) Onafhankelijke variabelen: BBP (twee kwartalen voorlopend), verkochte nieuwbouwwoningen (drie kwartalen voorlopend), hypotheekrente (drie kwartalen voorlopend) Verklaarde variantie R2: 0,91 Toelichting: Ook aannemers B&U reageren op de conjunctuur, maar later dan architecten. Eerst moeten vooral nieuwbouwopdrachten verwerkt worden in een ontwerp. Dat geldt voor zowel woningbouw- als utiliteitsbouwprojecten. Voor toekomstige woningbouw is de verkoop van nieuwbouwwoningen een goede indicator. Dit zijn doorgaans verkopen van tekening, die met enige vertraging leiden tot bouwopdrachten bij aannemers. De conjunctuur op de woningmarkt komt terug in het verloop van de hypotheekrente. Die bepaalt hoe financieel aantrekkelijk het is om een woning te kopen. Dit model mist 9% van de te verklaren variantie. Dit zit deels in het weer, maar ook in bijvoorbeeld capaciteitsproblemen bij bouwers of psychologische factoren bij potentiële huizenkopers.Aannemers GWWAfhankelijke variabele: gerealiseerde omzet aannemers GWW (onderzoek Bouwbarometer®) Onafhankelijke variabelen: opname kantoorruimte, BBP (één kwartalen voorlopend), verkochte nieuwbouwwoningen (vier kwartalen voorlopend) Verklaarde variantie R2: 0,77 Toelichting: Aannemers GWW zijn vooral afhankelijk van overheidsbudgetten. Die zijn lastig te modelleren. Aangezien budgetten ruimer worden bij economische groei en krapper bij krimp, staat het BBP in het model voor de algemene beschikbaarheid van overheidsgelden voor GWW-werken. Werkzaamheden die te maken hebben met grondverzet, infrawerken en andere algemene voorzieningen rondom bouwprojecten komen in het model terug in de opname van kantoorruimte en het aantal verkochte nieuwbouwwoningen. Het model mist 23% van de te verklaren variantie. Het weer is hierin een zeer belangrijke factor. Ook is de aanleg van bijvoorbeeld snelwegen, civieltechnische werken en vaarwerken niet expliciet in het model verwerkt. Dit komt vermoedelijk ten dele terug in de ontwikkeling van het BBP.